Mohicanen

Weet je wat het probleem met jou is. Jij bent te romantisch. De man tegenover me wijst met een vinger naar me. We zitten op een terras aan de Amstel. Het is de tijd van het jaar. Hete nachten. Dan ga je aan het water zitten. Ik fietste hier langs op weg naar huis toen ik mijn vrienden zag zitten. Kom erbij riepen ze. Waarom niet, zei ik.. Ik liet me inschenken. Buiten ons zat er niemand. Ja, de obers, maar die wachtten zuchtend tot we zouden vertrekken. Wij zijn de laatsten der Mohicanen, riep een van ons terwijl hij zijn vuist de lucht inwierp. Ik vroeg wat hij daarmee bedoelde. Niemand krijgt ons er onder, riep hij. Niemand.
Romantisch, zeg ik tegen de man. Is dat een compliment? Weet je, zegt hij, terwijl hij mij aanstaart met ogen vol alcohol. Zijn stem is angstaanjagend helder. Ik lees die dingen van jou wel eens. Die blogs. Man, het is alsof je een paar eeuwen terug geworpen wordt in de tijd. Al die verlangens, dat hartzeer, de liefde. Om gek van te worden. Ik lach, een compliment dus, en bied hem wat te drinken aan.
We proosten. De nacht gaat aangenaam traag voorbij. Dit is wat ik nodig heb, denk ik. Vrienden. Gesprekken. Een terras. Ik kan tevreden zijn. Als dit een herhaling is, laat hij dan eeuwig duren. Laat mij hier zitten en oud worden. Schijnbaar in stilstand. God, zegt de man, terwijl hij luistert hoe ik spreek. Daar ga je weer. Ik knik. Sorry. Macht der gewoonte.
Fietsers rijden voorbij. Stelletjes, hand in hand. Ze proberen elkaar te kussen. Ga zo door roept een van ons ze na en je dondert de Amstel in. Haastige fietsers, lome fietsers. De stad is in beweging. Maar wij niet. Wij kijken toe en praten. Ik wil het over de liefde hebben, zegt er eentje. Als het maar niet romantisch wordt, knipoogt de ander. Nee, luister, het is een verhaal, gewoon een verhaal, niets bijzonders. Hij begint te spreken. Met dubbele tong. Dat wel.
Je hebt, zegt hij, een hart en dat hart dat maakt sprongetjes. Niet altijd natuurlijk, want dan zijn het hartritmestoornissen en dan moet je naar de dokter, dat is namelijk niet goed, maar dat bedoel ik niet, je hart maakt dus sprongetjes, en bij de een springt ie hoger dan bij de ander, snap je? We knikken met zijn allen en bestellen een volgende ronde. De obers zuchten overeind en halen de bestelling. Nou kun je, gaat de verteller verder, wel een beetje moeilijk gaan lopen doen en met de eerste de beste die je tegenkomt iets beginnen, maar als je hart niet hoog genoeg springt, dan heb je daar dus niks aan, dat krijg je vroeger of later gewoon terug. Wat is je punt, zegt iemand. Gewoon, roept de Mohicaan weer, dat als je hart niet springt dat je dan niet moet gaan doen alsof ie wel springt. Maar, zegt hij en gaat op de stoel staan, als om wat voor reden dan ook, je hart wel springt en dan bedoel ik ook echt, springen, zo, hij doet het voor, terwijl wij ons hart inhouden en de obers toesnellen, nee laat me nou, ik heb alles onder controle, ik wilde gewoon iets illustreren, zo dus, nou, en als de ander dat ook heeft, dan kun je de hele wereld aan, echt, geloof me, de hele wereld, alle stormen, orkanen, overstromingen, alles. Alles. De obers trekken hem omlaag terwijl wij voor hem klappen. Mooi gesproken. Nog een rondje dan maar.
Romantisch dus. Ik kijk de man aan. Hij knikt en legt een hand op zijn borst. Recht uit het hart mompelt hij. Daar kan niets tegenop. Al die mooie woordjes van je. Ik voel het wel. Ik voel dat je ze meent. Dat vind ik ook mooi, weet je. Echt. Dat kan ik best waarderen. Ik lach. Gelukkig maar, zeg ik. En ik hef het glas. Op al die verdomde romantiek, zegt de man. En op de Mohicanen. Proost.

Geef een reactie

Opgeslagen onder De fotograaf

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s